Sustainable Health Care Lab | De tien coördinaten van het manifest
495
page-template-default,page,page-id-495,qode-quick-links-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,vertical_menu_enabled,qode_grid_1300,side_area_uncovered_from_content,qode-theme-ver-14.2,qode-theme-bridge,disabled_footer_top,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive

De tien coördinaten van het manifest

  1. Van repareren naar equiperen

Uiteindelijk gaat het erom dat mensen zo goed mogelijk hun dagelijkse leven kunnen leiden en meedoen in de maatschappij, ook met een beperking. We hebben het dus over de eerdergenoemde ‘positieve gezondheid’. Dit vraagt dat medische en andere professionals niet alleen ‘fixer’ zijn van medisch-technische problemen, maar ook goed luisteren naar wat hun cliënten eigenlijk vragen. Professionals stemmen hun handelen af op wat mensen zelf willen bereiken op de verschillende domeinen van gezondheid. Dit is een belangrijke tegenbeweging tegen de bijna automatisch aangeleerde reflexen van zorgprofessionals: artsen luisteren gemiddeld 18 seconden om vanuit hun diagnostische- en repareermodus conclusies te trekken.

 

  1. Demedicaliseren waar mogelijk

De laatste jaren is er een toenemende tendens om op ‘gewone‘ levensproblemen een somatische of psychiatrische diagnose te plakken. Zorgvragers hebben soms zelf belang bij zo’n ‘medisch etiket’, want een medisch etiket helpt, verklaart en excuseert: in de klas, thuis, op het werk, in de gemeenschap en voor de persoon zelf. Hij /zij is ziek, dus … Een diagnose ont-schuldigt, en kan een reden zijn voor financiële tegemoetkoming. Professionals kunnen de neiging hebben hierin mee te gaan, soms om hun cliënten te helpen, soms ook voor hun eigen positie. Een medisch etiket legitimeert hun handelen. Een niet zorgvuldig / zuiver medisch etiket brengt echter het risico van consumentisme met zich mee én vermindert het zicht op de eigen mogelijkheden om iets op te lossen. Eén miljoen Nederlanders slikken antidepressiva. Steeds meer kinderen in de klas hebben ‘iets’, steeds vaker ook met een financiële compensatie (het vroegere rugzakje). Medicaliseren dreigt op deze manier een businessmodel te worden.

 

  1. Niet alles moet wat kan: zoek een balans tussen vechten en accepteren

Soms is er spanning tussen technische mogelijkheden en kwaliteit van leven. Dat vraagt een goed gewogen en gedeelde besluitvorming over behandeling. Zorgvragers moeten geïnformeerd zijn over voor- én nadelen. Professional én zorgvrager moeten beseffen dat er een einde is aan de mogelijkheden en het gesprek kunnen en willen voeren over vechten versus accepteren. Er is altijd een serieus alternatief voor ingrijpende behandelingen. Als zorgvragers die behandelingen niet meer willen, zullen professionals hen niet wegsturen, maar meelopen op de andere route.

 

  1. Een menselijke relatie tussen zorgprofessional en zorgvrager

De relatie tussen professional en zorgvrager is niet alleen een zakelijke relatie tussen aanbieder en klant, maar bovenal een menselijke relatie. Het gaat ook om nabijheid, troosten en aanwezigheid, juist als het moeilijk wordt, als het niet lukt en er weinig of geen mogelijkheden meer zijn om de ziekte te keren. De waarde van een goede therapeutische relatie wordt in onze zorgsystemen ernstig onderschat. In de psychiatrie bijvoorbeeld is er doorslaggevend bewijs dat aspecifieke factoren in de behandeling aanmerkelijk belangrijker zijn dan de gehanteerde modellen of technieken.

 

  1. Leren leven met onzekerheid

Professionals en zorgvragers, maar ook burgers en beleidsmakers, moeten zich realiseren dat er geen garantie bestaat op gezondheid. Er is geen 100% zekerheid hoe een gezondheidssituatie zich zal ontwikkelen. Ongericht onderzoek, eindeloos screenen, behandelingen ‘voor de zekerheid’: baat het niet, dan schaadt het wel. Er zijn heel veel effectieve interventies. Maar vaak weten we niet precies wat er aan de hand is, wat kan helpen en wat het effect is bij een individu. We komen nooit alles te weten; daar moeten we mee leren leven.

 

  1. Preventie geeft meer gezondheid tegen gelijke kosten

De zorg is nu sterk gericht op ‘repareren’. Er is meer nadruk nodig op voorkómen aan de voorkant. Door meer en betere preventie worden mensen ouder én gezonder oud, en juist dat is de gezondheidsinvestering waard. Met positieve gezondheid als uitgangspunt kunnen mensen zelf regie voeren en initiatief nemen, en preventie op hun eigen manier vormgeven. Vanuit financieel oogpunt heeft preventie een slecht ‘businessmodel’: de kosten vallen op een andere plek dan de baten. Financiers zijn huiverig om te investeren, ze zien de baten niet terug. Dat heeft o.a. te maken met de inrichting van ons verzekeringsstelsel. Door invoering van de marktwerking, is het argument, hoppen klanten van de ene naar de andere verzekeraar waardoor investeren in een klant niet loont. Daarnaast valt en staat preventie bij gezond en verantwoordelijk gedrag van de burger zelf, en dat gedrag kun je niet afdwingen. Lastige dilemma’s, zeker wanneer wij in Nederland het principe van de solidariteit in de zorg hoog willen houden.
 

  1. Denken en handelen vanuit één kader voor professionele én ervaren kwaliteit

Goed zijn en beter worden in zorg doen ertoe. Prestatie-indicatoren zijn echter niet het doel, maar een middel. We zien een overvloed aan toezichthouders, keurmerken, accreditaties, benchmarken, verantwoording etc. die veel tijd en geld kosten, professionals frustreren en het zicht op werkelijke kwaliteit belemmeren. Uiteindelijk gaat het om díe kwaliteit, die technische, functionele en relationele elementen integreert.

 

  1. Verbind de eilanden van specialisten en instellingen

Toenemende specialisatie maakt het steeds lastiger de gehele mens te zien. Maar er is ook de verregaande scheiding tussen lichaam en geest die ons parten speelt (zie SOLK). Er is sprake van orgaangericht, professiegericht en domeingericht handelen in de zorg. Professionals en burgers ervaren dergelijke scheidingen tussen aanbieders lang niet altijd als positief. Duurzame zorg vraagt om een integrale blik op wat er aan de hand is. Dus om samenwerking en verbinding, gericht op wat echt nodig is en helpt, en dat vooral vanuit het perspectief van de zorgvrager. Hierbij past denken in netwerken en niet in organisaties: stap over je eigen schaduw heen. Het gaat daarnaast om een balans tussen somatische, psychologische én contextuele / maatschappelijke factoren.

 

  1. Burgers tonen (zelf)kritische participatie en sturen mede hun zorg

In de gezondheidszorg zijn er vaak veel kapiteins op één schip, het schip van de burger of patiënt zelf. Maar wie is er echt ‘in charge’? De huisarts, de wijkverpleegkundige, de gemeente, het wijkteam, de zorgverzekeraar? Of uiteindelijk toch de burger zelf, zoals bepleit in de beweging rond positieve gezondheid? Het dilemma bij de ‘roep om eigen regie’ is dat die er om allerlei redenen tijdelijk of langdurig niet of niet volledig kan zijn. Bijvoorbeeld op de operatietafel, of bij een acute opname vanwege een ernstige psychische decompensatie. Er is altijd sprake van een glijdende schaal van eigen regie. Hierbij past ‘Shared Decision Making’, dat beoogt tussen zorgvrager en zorgaanbieder de mate van eigen regie bespreekbaar te maken en vast te stellen. Dat vraagt focus, tijd en energie van alle betrokken zorgverleners.

 

Voor de wijze waarop we beleid maken, betekent participatie van burgers eveneens een grote verandering. De patiënt / cliënt wordt startpunt van beleid, en niet het mikpunt. Ervaringskennis en – kunde krijgen naast professionele kennis en kunde een gelijkwaardige en structurele plaats in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van (zorg)beleid. Kwaliteit van zorg wordt ook en vooral kwaliteit vanuit cliënt perspectief.

 

  1. Naast rechten ook plichten binnen een community

Ons zorgsysteem vraagt om een herkenbare gemeenschap waarbinnen burgers solidair zijn met elkaars noden. Het gaat niet alleen om rechten van burgers (het recht op goede zorg als dat nodig is), maar ook om plichten. Dus: je best doen voor je eigen gezondheid, bedenken wat je zelf wilt, zorgen voor je omgeving, meebeslissen over onvermijdelijke keuzes in de zorg. Op dit moment ervaren burgers (financiering van) het zorgsysteem als een dure en anonieme bureaucratie. Dat roept het sentiment op dat ‘ze’ verantwoordelijk zijn, terwijl ‘we’ maar moeten betalen. Er moet meer ruimte komen voor tegenbewegingen in de vorm van coöperatieve en buurtgerichte initiatieven.